Binnen een tijdsbestek van een half uur heeft de landman meerdere keren op zijn vestzakhorloge gekeken (zolang iets functioneert, wordt het niet weggedaan) als hij tegen mij zegt ‘tot twaalf uur kan ik nog precies één rondgang doen (een vore trekken heen en terug) en dan koppel ik de paarden los (middagpauze)’. Meer dan een week is hij vanaf 7.00uur bezig met het ploegen van een stoppelakker. Zijn broer bezorgt hem telkens om 9.00 uur de ontbijttas met daarin eten en drinken.